Molenzorg
Grimbergen, Vlaams-Brabant
<p>Oyenbrugmolen<br />Oyenbruggemolen</p>
Foto: Frans Van Bruaene, Laakdal, 18.02.2007
Naam

Oyenbrugmolen
Oyenbruggemolen

Ligging Oyenbrugstraat 140
1850 Grimbergen

op de Maalbeek
2,1 km NO v.d. kerk
kadasterperceel D176


toon op kaart
Geo positie 50.944923, 4.397416
Eigenaar Erik Van Hemelrijck & Linda De Wit
Gebouwd voor 1397
Type Turbine watermolen
Functie Korenmolen
Kenmerken Behoort bij een boerderij; Girardturbine uit 1899
Gevlucht/Rad Girard-turbine
Inrichting Drie steenkoppels
Toestand Gerenoveerd gebouw
Bescherming M: monument, DSG: dorps- en stadsgezicht,
09.07.1980
Molenaar Geen
Openingstijden Enkel het molengedeelte, op afspraak onder begeleiding (tel. 02 251 95 53, E. Van Hemelrijck, e-mail: oyenbrugmolen @ skynet.be)
Verwijzing


 

Internet bron

Oyenbrugmolen
Oyenbruggemolen

Beschrijving / geschiedenis

De "Oyenbrugmolen", is een aan de Maalbeek gelegen watermolen die oorspronkelijk deel uitmaakte van het "Hof van Oyenbrugge", vandaar ook de molennaam.
De eerste vermelding van een watermolen in de heerlijkheid van Oyenbrugghe dateert uit 1397.
Rond 1600 liet Filip-René van Oyenbrugge de bestaande olieslagmolen ombouwen tot graanmolen van het middenslagtype. Om meer verval op het waterwiel te verkrijgen werd de Maalbeek door middel van een maaldam hoger in de flank van de vallei gedwongen. De molenaarsfamilies, Segers, Geens en Timmermans volgen elkaar op. 

De plaatsnaam "Oyenbrugge" komt reeds voor in een charter van 1208 en zou "schapenbrug" kunnen betekenen, maar kan ook afgeleid zijn van "bruc" of "broek" wat laag dal met moerassige weiden betekent. Het "hof van Oyenbrugge" was een leengoed van de heren van Grimbergen tot de 17de eeuw in leen gehouden door de familie Oyenbrugge. De heerlijkheid was gesitueerd op het einde van de huidige Poddegem- en Oyenbrugstraat en bestond uit een waterburcht met op het neerhof een pachthof, brouwerij en kapel gelegen op de zuidelijke oever van de Maalbeek en een watermolen op de noordelijke oever. Het kasteel verdween reeds vóór 1769, van de bijgebouwen resten slechts vier sterk verbouwde volumes aan de Poddegemstraat.

In de oude tiendboeken vinden we heel weinig aanwijzingen over de watermolen van Oyenbrugge. Er is alleen sprake van de molen in de nabijheid van Oyenbrugge. In de oude parochieregisters vinden we voor 1624 het overlijden vermeld van Stefaan Segers, zoon van de molenaar van Oyenbrugge. Waarschijnlijk was Willem Geens (+ 1691) de opvolger van Segers. In 1694 werd het huwelijk ingezegend van Franciscus Timmermans, in de Sint-Annakapel van Oyenbrugge. De naam van zijn vrouw staat niet opgeschreven. Wel staat er de ver­melding bij: «Geens, maalder van Oyenbrugge». Mogelijk was er een dochter van Willem Geens die met  F. Timmermans trouwde en kwam de molen zo in pacht van de familie Timmermans. Ze bleven er wonen tot rond 1930.

In het kaartboek zijn de goederen rond Oyenbrugge afgebeeld. De molen vinden we echter niet terug op de tekening. Wellicht werd de Maalbeek omgeleid tot dicht bij de gebouwen die er wel te zien zijn. Nummer één van het kaartboek meldt: «Mevrouwe van Oyen­brugghe met 78 roeden hof, comende jeghen de Molenbeke achter, beneefens haren waetermolen gebruykt de muylder Francis Timmer­mans». Van het werk op de molen alleen kon de molenaar niet le­ven. Hij huurde daarom nog enkele stukken landbouwgrond, waar­ onder een stuk op de Wezenhaag voorbij de Diegemput, 3 dagwand en 92 roeden groot. Later, vooral op het einde van de achttiende eeuw, toen het oude pachthof verdwenen was, werden er nog andere gron­den gehuurd om de eindjes aan  elkaar te kunnen knopen.

Uit het dagboek van Frans Timmermans, burgemeester van Grim­bergen in de negentiende eeuw, kunnen we enkele interessante gege­vens putten uit die tijd. In 1808-1809 lagen de velden verlaten en onbebouwd wegens de veldtochten van Napoleon. Tussen Oyenbrugge en Lintkasteel stond geen koren op het veld. 1811 kende een droge zomer. 1815 was een nat jaar en alles verrotte. Op het Lintkasteel werd een wagen met twee paarden opgeeist voor de oorlog tegen Na­poleon. In 1820 is een neef van J. Timmermans in de boomgaard doodgevroren. 1821-1822 was eveneens een  harde winter. De vaart was dichtgevroren en het was onmogelijk om te malen. 1845: Chole­ra! In 1846 was het bloeisel van het koren bevroren. De oogst mislukte en er was grote nood. Hagel vernielde alle landbouwgewassen in 1847. Tien jaren later had de molenaar grote moeite om te malen wegens de grote droogte. 1859 en 1865 kenden respectievelijk hagelschade en cholera. Uit dit dagboek blijkt oo dat tot ongeveer 1860 in de bossen van Grimbergen waterslangen, dassen en vossen leefden.

Op de Ferrariskaart (1771-1778) werd de molen nog weergegeven als een alleenstaand volume.  Op het einde van de 18de - begin 19de eeuw werd de molen uitgebreid met verspreide, willekeurig ingeplante hoevegebouwen (Primitief kadasterplan, 1821) om uiteindelijk te evolueren naar het huidige semi-gesloten hof.

Op 23 november 1781 verkocht de graaf wat  nog overbleef van het kasteel, de hoeve, de brouwerij, de kapel en de watermolen, aan Hen­drik Maria Gerard Helman, zoon van de baron van Willebroek en aan Adriana van  Kerrenbroek. Hij werd tot baron verheven op 18 juli 1782 en later tot burggraaf van Grimbergen. Volgens A. Wauters moest de maalder aan de nieu­we eigenaar van het kasteel van Oyenbrugge toestaan het water van de beek af te leiden naar de vijvers, nadat ze geruimd waren. De ei­genaar van zijn kant moest de vijvers laten leeglopen wanneer de molen enige herstelling vereiste.

Eigenaars na 1830:
- voor 1834, eigenaar: Timmermans Judocus, molenaar te Grimbergen.
- 30.08.1841, gift: Timmermans-Mertens Joannes Franciscus, molenaar te Grimbergen (notaris Kips)
- 10.01.1883, erfenis: en de kindeen (overlijden van vrouw Mertens)
- 10.02.1890, erfenis: de kinderen (overlijden van Johannes Timmermans)
- 11.07.1892, deling: Timmermans Emiel, molenaar te grimbergen (notaris Van der Stegen)
- 12.01.1926, verkoop: De Vleeschouwer-Janssen Jean Leopold, landbouwer te Grimbergen (notaris De Ruydts)
- later, mutatie: De Laet-Stevens Jozef Emiel, landbouwer te Grimbergen
- 1978, verkoop: Van Hemelrijck Erik & De Wit Linda

In 1899 werd de watermolen van Oyenbrugge uitgebroken en omge­bouwd tot turbine, type Girard-turbine.

Emiel Timmermans vroeg in juni 1899 een vergunning om zijn "installations hydrologique" te mogen afbreken en "de remplacer par une turbine la roue hydrolique de son moulin, sis sur le Maelbeek, à Grimberghen", dus om het rad door een turbine te vervangen. In het dossier (Rijksarchief Anderlecht, Bestendige Deputatie van de Provincie Brabant, Besluiten en vergunningen, hinderlijke en/of gevaarlijke inrichtingen, Grimbergen 1898/1899) zijn enkele gegevens over de maten en inbouwhoogte van de turbine terug te vinden. Zonder plannen echter. Helaas ook zonder vermelding van het type noch de molenbouwer.

Opmerkelijk is het mechanisme om de turbine (gedeeltelijk) te openen en te sluiten: met leren lappen die opgerold of afgerold worden over de statorschoepen. De Girardturbine van Eliksem kan op identieke wijze gereconstrueerd worden.

In 1926 kwam J. Devleeschouwer op de molen.

De molen werd in 1980 beschermd als monument en samen met de Maalbeekvallei als dorpsgezicht. Er zijn nog drie steenkoppels aanwezig, die nu in de woonkamer zijn geïntegreerd.

De huidige eigenaar (sinds 1978), Erik Van Hemelrijck & Linda De Wit, liet de Girard-turbine in 2008 vrijmaken en bestuderen. De Oyenbrugmolen zal, als eeuwenoude energieomvormer van waterstroom uit de Maalbeek en met zijn innovatie uit de industriële revolutie, maalvaardig gerestaureerd worden en hernieuwbare stroom opwekken. 

Bouwkundige beschrijving (Agentschap Onroerend Erfgoed)

De huidige kern klimt terug naar de 17de eeuw.  

Landelijk gelegen semi-gesloten hof gevat tussen de Oyenbrugstraat en de Maalbeek, aan weerszijde omgeven door een omhaagde tuin aan de straatzijde toegankelijk via een pijlpunthek. Verankerde en gewitte bakstenen volumes op gepikte plint onder vernieuwde zwarte pannen zadeldaken rond een grotendeels gekasseide binnenplaats met centraal een begraasd perkje met notelaar. Toegang in de noordoostelijke hoek via een hoog pijlpunthek tussen bakstenen pijlers.
De koeienstal, haaks op het molenhuis, is naar verluidt op een balk "1840" gedateerd en is heden gedeeltelijk verbouwd tot woongelegenheid. Het karrenhuis en de schuur werden in 1872 op het kadaster ingetekend ter vervanging van oudere volumes. In 1899 werd het middenslagrad vervangen door een waterturbine die tot in de jaren 1950 actief bleef. De schuur stortte in 1976 in en werd niet heropgebouwd. Het bakhuis aan de overzijde van de Maalbeek werd door de huidige eigenaars heropgericht.
In de zuidwestelijke hoek het oorspronkelijk 17de-eeuwse molen- en molenaarshuis op rechthoekige plattegrond dat in de loop van de 19de eeuw aan beide zijden werd ingebouwd tot een L-vormig volume onder complexe pannen zadeldaken. Opgetrokken uit breuk- en baksteen met gebruik van witte natuursteen voor de hoekkettingen, deur- en vensteromlijstingen. Bakstenen erfgevel op breukstenen onderbouw met sporen van hoekkettingen, rondboogpoort met afgeschuinde dagkanten en twee kleine venstertjes met kwarthol profilering en vooruitspringende latei. Groot houten laadvenster onder sterk overkragend zadeldak met houten vleugeldeur. Poort met vernieuwd metalen en beglaasd schrijnwerk. In de oksel een uitspringend breukstenen constructie op vierkante plattegrond met aangepaste rechthoekige openingen. De gevel aan de beekkant bevat nog restanten van een breukstenen parament. Ter hoogte van het molenhuis rechthoekige deur met kwartholle stijlen en negblokken, twee kloostervensters en hoekkettingen. Ter hoogte van het woongedeelte aangepaste rechthoekige vensters onder arduinen lateien (cf. foto 1972: houten lateien) en ijzeren hekjes. De westelijke zijgevel was oorspronkelijk een topgevel en werd vermoedelijk bij de bouw van het aanpalende haakse volume (1840) aangepast tot lijstgevel. Sporen bewaard van een breukstenen parament en vlechtingen; behouden rechterschouderstuk met deksteen en een voormalig beluikt topvenstertje in zandsteen. Later aangebrachte deuropening.
De houten maalinrichting is vrijwel intact bewaard.
In de loop van de 19de eeuw werd het molenhuis aan de oostzijde uitgebreid met een paardenstal. Volume van twee traveeën en twee bouwlagen, op het gelijkvloers rondboogopeningen, op de verdieping rechthoekige.
Het haakse volume, naar verluidt in 1840 (gedateerde balk) als koeienstal gebouwd, werd later gedeeltelijk opgetrokken en omgevormd tot woonhuis.
Ten oosten van het erf bakstenen karrenhuis van vijf op twee traveeën en anderhalve bouwlaag onder pannen zadeldak, nok loodrecht op de straat. Geritmeerd door rondboogarcaden op vierkante pijlers, ingevuld door beglaasd ijzeren schrijnwerk. Straatgevel met blinde rondboogpoort. In het verlengde van de achtergevel is de bakstenen muur met rechthoekige poort nog een restant van de gesloopte schuur.
Langs de straatzijde lage dienstgebouwtjes en een serre onder lessenaarsdak.

<p>Oyenbrugmolen<br />Oyenbruggemolen</p>

Foto: Frans Van Bruaene, Laakdal, 18.02.2007

<p>Oyenbrugmolen<br />Oyenbruggemolen</p>

Foto: Frans Van Bruaene, Laakdal, 18.02.2007

<p>Oyenbrugmolen<br />Oyenbruggemolen</p>

Stukken van de Girard-turbine (in restauratie). Foto: Donald Vandenbulcke, 24.03.2010

<p>Oyenbrugmolen<br />Oyenbruggemolen</p>

De Girardturbine. Foto: Dirk Vansintjan, Rotselaar, 17.10.2008

<p>Oyenbrugmolen<br />Oyenbruggemolen</p>

De Girardturbine. Foto: Dirk Vansintjan, 17.10.2008

Aanvullende informatie

Daniël J. Delestré, "Uit het Verleden van Grimbergen", deel II, bewerkte en geannoteerde uitgave door H. De Schepper en de leden van 'Eigen Schoon', Heemkundige Kring 'Eigen Schoon' en Abdijgemeenschap der Norbertijnen, Grimbergen 1987, p. 82-89 en 138-141

Oyenbrugge

De plaatsnaam 'Oyenbrugge' ontdekken we reeds in een charter van Arnout en Gerard Eerthout uit 1208 betreffende een ruil van land. Bij deze transactie, gedaan te Grimbergen op 23 februari, traden als getuigen op: heer Arnout en Gerard Eerthout; Adam, burggraaf van Grimbergen en zijn broer Zeger; Goswien van Eppegem en zijn zoon Paridaen, de broers Arnt en Hendrik van Huienbruc, Sirnon van Hei­enbeek en vele anderen. Huienbruc is een oudere schrijfwijze van Oyenbrugge.

Op 24 maart 1217 werden de ridders van Oyenbrugge weer opgeroe­pen om te getuigen in een overeenkomst afgesloten tussen abt Hesce­ta en Gerard, heer van Grimbergen. Met toestemming van Johannes, bisschop van Kamerijk, kwam de kerk van Grimbergen met volle recht in het bezit van het land van heer Gerard, dat zich uitstrekte van aan de kerk tot aan de Strombeek, nu Hellebeek  of Tangebeek genoemd. De heer van Grimbergen kwam in het bezit van drie 'manses' of stuk­ken land bij de Spreed, toen eigendom van de kerk. Hendrik en Arnt Ugenbrugge waren ook getuigen  (23). Op 30 maart 1218 traden Arnt van Oienbrughe en zijn zoon Hendrik op  onder de getuigen  bij een verkoop (24). Binnen deze tijdspanne van tien jaar vonden we dus alle drie verschillende schrijfwijzen voor  'Oyenbrugge': Huienbruc, Ugenbrugge en Oienbrughe. 'Ooi' is een vrouwelijk schaap. 'Brug' kan  betekenen een  brug over een waterloop, maar kan ook afgeleid zijn van 'bruc' of 'broek', wat betekent een laag dal met moerassige weiden.

Op 19 augustus 1224 bevestigde Godfried, deken van Brussel, in een akte dat Hendrik, ridder van Oyenbrugge, aan het klooster van Grim­bergen jaarlijks twintig Vlaamse stuivers schenkt, te vervallen op Onze­ Lieve-Vrouw-Geboorte. Hij gaf deze aalmoes voor het zieleheil van zijn vrouw Clementina, van hemzelf  en van hun  beide  ouders. De twintig stuivers waren  bezet op een vrijleen van vijf bunder land te Beigem, gelegen bij de hoeve van Arnout de Pollere, ridder van Bei­gem. Van de opbrengst van dat  land zou Hendrik, en later zijn erf­genamen de twintig stuivers betalen op de derde of de vierde dag vóór Onze-Lieve-Vrouw-Geboorte. Als getuigen bij deze gift traden on­dermeer op: Arnoud van Uienbrugge, Hendriks broer; en zijn zoon Zeger; Wouter van Scheplaken en zijn zoon Hugo; de broers Johan­nes en Wouter van Boxem en anderen  (25).

In een document van 1237 vinden we weer een andere schrijfwijze van de naam Oyenbrugge, Henricus de Oienbruga. Ridder Hendrik van Oyenbrugge waarvan sprake is in vorige hoofdstukken, was reeds in 1261 overleden. Het bewijs daarvan vinden  we in een perkamen­ ten brief van Wouter, abt van de abdij van Grimbergen en Gosui­nus, deken van Brussel. Zij bevestigden dat Odilia, weduwe van ridder Hendrik van Hoyenbrugge, twee bunder winnend land heeft geschon­ken aan de Tafel van de Heilige Geest, voor haar zieleheiL  Deze brief van Wouter dateert van mei 1261 (26).

In 1357 ontmoeten we Willem van Oyenbrugge als justitiarus of rechter in een akte  (27).

In de daaropvolgende eeuwen ging het bezit van Oyenbrugge over van vader op zoon. Er kwamen echter ook enkele verkavelingen voor. Jan van Oyenbrugge, zoon van Willem en Catharina, beloofde zijn erfgoed te delen met zijn zusters Catharina en Elisabeth, met uitzon­dering van de goederen die van het leenhof van Grimbergen afhin­gen. Catharina van Oyenbrugge huwde met Willem van Bossuyt en Elisabeth met Gielis van der Spreet (28). Na Jan kwam zijn zoon Ot­to en na hem achtereenvolgens Jan, Joost en  Engelbert. Jan, zoon van Otto, nam deel aan het tornooi van Brussel op 18 augustus 1477, gegeven ter gelegenheid van het huwelijk van Maximiliaan van Oosten­rijk met Maria van Bourgondië. Engelhert van Oyenbrugge was dros­saard en stadhouder van het Land van Grimbergen voor de Nassaus. Hij kocht een deel van de goederen van Oyenbrugge terug dieseden lange tijd in het bezit waren gekomen van de familie Van der Noot. Volgens Alfons Wauters stond Maria van der Noot, vrouw van jonk­ heer Wassewas, die verkoop toe, op 25 juli 1528 (29). Engelben was in 1526 gehuwd met Katelijne 't Seraerts, gezegd van Heenkenshoot. Hun  kinderen waren Filips René, opvolger van Engelhert; Antoon, abt van Grimbergen van 1577 tot 1594, die de zijde van de opstand tegen Filips  II koos; Koenraad, kanunnik van Onze-Lieve-Vrouw te Doornik, bisschop benoemd door de opstandige Staten-Generaal en uiteraard niet erkend door de Heilige  Stoel; Frans, heer van Milse; Anna, vrouw van de dappere kapitein jonkheer Claude de la Bourlotte; de overige dochters traden in het klooster.

De familie Van Oyenbrugge moet heel vrijgevig geweest zijn jegens de armen, de abdij en de Tafel van de Heilige Geest.

In 1621 moest de wapenheraut van Brabant, Hieronymus van Beek­ berge, een onderzoek instellen naar  de adeltitels van de familie Van Oyenbrugge en kwam daarom naar Grimbergen. De wapenheraut ver­ klaarde toen schriftelijk dat hij de  familiewapens van Oyenbrugge gezien had in de romaanse parochiekerk van Grimbergen. Midden in eenbeschilderd raam stond een afbeelding van drie geknielde man­nen: Arnold van Oyenbrugge en zijn zonen Hendrik en Arnold, alle drie gewapend als ridders, gehuld in wapenrok, met het wapen van Oyenbrugge. Onderaan in het raam stond te lezen: «Aan Arnold die stierf met zijn zoon Hendrik op 15 augustus 1157». Onder dit raam hing tegen de muur het wapen van diezelfde Arnold, op een houten schild; eronder hingen twee gelijke schilden met de wapens van zijn zonen. Beekberge vernam bij zijn bezoek aan de kerk dat de schilden daar reeds lange tijd hingen en doorboord waren met memelgaatjes. Engelhert van Oyenbrugge, overleden in 1575, grootvader van Ge­rard, toen heer van Oyenbrugge, had elk van de drie schilden doen beleggen met ijzeren banden om ze aaneen te houden. Hieronymus vertelde ook dat Gerard ze zes jaar te voren opnieuw had laten schilderen .

Naar aanleiding van zijn bezoek aan de parochiekerk van Grimber­gen gaf de wapenbode Beekberge ook nog de beschrijving van de graf­zerk en wat uitleg over de Grimbergse oorlog. Hij schreef dat de 'Historie van de Grimbergse oorlog' en de 'Chronijcke van Brabant' melding maken van dapperheid waarvan Arnold van Oyenbrugge en zijn twee zonen blijk hadden gegeven in de strijd. Ook het sneuvelen en de begrafenis van Arnold en zijn zoon Hendrik werd vermeld.

Na het overlijden van Engelhert van Oyenbrugge had zijn zoon Filips­ René op 7 juli 1568 het vaderlijk erfgoed gekregen. Deze had een zoon Gerard die in 1626 tot ridder werd  geslagen en in 1635 burgemeester werd van de stad  Brussel. Hij was gehuwd met Philippina de Ligne, vrouwe van Strihaut en Oudemolen. In het register 28 van het abdij­archief vinden we het relaas van de begrafenis van beide echtgenoten (30). Dit geeft ons een kijk op de kerkelijke gebruiken uit die  tijd. Ferri van Campenhout, toen  prior, schrijft als volgt: «Jn 't jaar on­zes Heeren 1637, den 24 September overleed te Oyenbrugge, heel wel voorbereid, de edele heer Geeraart van Oyenbrugge, oud zesenzestig jaar. Den 25 September na de vespers ging het convent in koorkap het lijk uithalen tot aan de hoeve geheeten 'Den Cauveris': de zeven psalmen lezend gingen we naar de kerk. Pastoor Paul Cloets deed de begrafenis in de grafkelder van de familie. Op 5 oktober toen  het feest van Sint-Franciscus werd gevierd - na de beide  vespers hebben we de vigiliën met negen lessen gezongen - leidden de zangers het koor, gekleed met hun wollen mantels (31). Het  'Venite Exultemus' en een vers van het laatste Responsorium werden  gezongen. De prior deed het officie. Op 6 oktober, na het zingen van het kapittel en het lezen van de tertsen en sexten, werden de nonen gezongen om negen uur, daarna de middencommendatie waarvan de  prior de gebeden voor­ las van in zijn gestoelte. Daarna zong Christoffel Outers de mis. Wij zongen op het hoogzaal; de zangers zaten vooraan in het koor, ge­huld in koorkappen. De pastoor hield een lijkrede na het evangelie en het  'Dominus vobiscum'. Allen gingen ten offer met brandende kaarsen, alleen de oudste zoon, die leek was, offerde een goudstuk.

's Anderendaags hebben we de heilige mis van de Dertigste dag ge­zongen om tien uur. Pastoor Paul Cloets zong de mis na terts en sext. Na de dienst gingen we naar de refter  voor het middagmaal; daarna zongen we de nonen». Daarna volgt de rekening van de hele begra­fenisplechtigheid: voor het luiden van de klokken gedurende dertien dagen,19 rijnsgulden; voor alles in het totaal 59 rijnsgulden en 14 stuivers.

Op 12 november 1646 overleed plots de godvruchtige en edele dame Philippina de Ligne, vrouwe van Oyenbrugge en echtgenote van ho­gergenoemde Gerard. Ze was bij allen geliefd om haar minzaamheid en haar goedheid jegens de armen. Per rijtuig werd het lichaam van­ uit het sterfhuis te Brussel overgebracht naar  het huis van griffier De Windt. De lijkbaar was heel eenvoudig. De kloosterlingen en de pre­laat gingen het lijk afhalen langs de steenweg, processiegewijs, deze­ ven boetepsalmen biddend. Pastoor Carolus Fernandez de Velas­co deed de begrafenis. De plechtige dienst die  plaats had op 26 no­vember verliep zoals die voor haar echtgenoot, met dat verschil dat tijdens de pontificale mismuziek werd uitgevoerd.

In de oude parochieregisters vinden we de aantekeningen die de be­graafplaats van de familie van Oyenbrugge nader omschrijven. Pastoor Ferri van Campenhout vermeldt dat op 25 september 1631 Karel van Oyenbrugge, zoon van Gerard, begraven werd in de parochiekerk voor het altaar van het Allerheiligste Sacrament. Gerard liet bij deze gele­genheid de grafkelder vergroten tot de helft van het altaar. Pastoor Ambrosius Brumeels schrijft dat  op 15 november 1642 Elisabeth, dochter van Godfried van Oyenbrugge, heer van Melderen en van Anna Maria Ouras, te Dilbeek overleed. 's Anderendaags werd het lichaam per rijtuig  naar Grimbergen overgebracht en in de familie­ kelder bijgezet. Ze was zeven jaar. Op 12 of 13 februari 1647 over­leed haar vader Godfried van Oyenbrugge, op zevenendertigjarige leeftijd. Hij bezweek aan de verwondingen opgelopen op zijn reis naar Meldert toen hij werd aangevallen door soldaten. Ook hij werd te Grimbergen begraven. Op 21 december 1678 overleed te Brussel heer Karel  Renaat van Oyenbrugge, éénendertig jaar oud. Hij werd be­graven in de familiekelder in de buitenkerk of parochiekerk, nu het schip van de nieuwe kerk. Hij was waarschijnlijk als laatste in die kelder begraven. Daarna vinden we de grafkelder in het Onze-Lieve­ Vrouwekoor. Op 10 april 1709 werd vrouwe Antonia van Oyenbrug­ge, vierenzeventig jaar oud, echtgenote van Gerard van Oyenbrug­ge, begraven in het Onze-Lieve-Vrouwekoor. Het lichaam was er de avond tervoren naartoegebracht. In 1715 werd er het lichaam  bijge­ zet van baron Van Oyenbrugge de Duras, overgebracht uit Brussel. Hij werd naast zijn echtgenote begraven.

Van de kapel en de oude delen van het kasteelpachthof bestaan nu nog gebouwen. De huizen aan de Poddegemstraat nummers 119 tot 129 schijnen resten te zijn van de hoeve van Oyenbrugge. Een teke­ning van Harrewijn (32) geeft een gezicht op het kasteel, gezien van­uit het noorden. Indien deze plaat waarheidsgetrouw is, was het kasteel een rechthoekig gebouw omgeven door water, met op vier hoeken een ronde  toren, bedekt met een kegelvormige spits. Het blijkt een gebouw te zijn uit de vijftiende of begin zestiende eeuw. Aan de oost­kant, de smalle  zijde van het kasteel, was er over de vijver een brug die toegang  gaf tot de binnenkoer. Deze was afgesloten met een ka­pel aan de zuidkant, en stallingen of een woonhuis. Tussen deze twee was er een doorgang. Oostwaarts stond een lang gebouw met in het midden ervan een toren; noordwaarts een bouwvallige muur. West­waarts tot aan het kasteel groeide een oude haag. Dit kasteel, geha­vend door de tand des tijds, verdween voor 1769. De norbertijn Le Mire, aartsdiaken of landdeken, pastoor te Meise, schrijft in 1769: «Het kasteel van Oyenbrugge, dat  nu heden afgebroken is, heeft een kapel die ten allen tijde van het kasteel afgescheiden was».

Het is niet waarschijnlijk dat na 1725 het kasteel nog voortdurend door de eigenaars werd bewoond. Het metingboek van de gemeente uit 1696 vermeldt: «Mevrouwe van Oyenbrugge met haer casteel, hof, wijen, enz. samen 2573 roeden of 6 bunder 1 dagwand 73 roeden» (33). Dit volgens de metingen van Meysmans. Later kwam Van Aco­leyen tot de som van 4 bunder 2 dagwand 73 roeden. Dit alles werd gebruikt door Jan Hubert en Karel van Hamme. Karel van Hamme was pachter van Oyenbrugge, niet van de molen. Hij deed jarenlang de betaling voor de missen in de kapel. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Hendrik. Jan Hubert was waarschijnlijk hofmeester en toezichter van het kasteel.  Een zoon uit zijn  familie  stierf  op jonge leeftijd  als kloosterling in de abdij.

Op 23 november 1781 verkocht de graaf wat  nog overbleef van het kasteel, de hoeve, de brouwerij, de kapel en de watermolen, aan Hen­drik Maria Gerard Helman, zoon van de baron van Willebroek en aan Adriana van  Kerrenbroek. Hij werd tot baron verheven op 18 juli 1782 en later tot burggraaf van Grimbergen.

Rond 1600 woonde de familie De Vadder op de Oyenbrughoeve. In de parochieregisters vinden we vermeld dat op 17 mei 1613 Anna van Seghbroeck, echtgenote van Judocus de Vadder, pachter op Oyenbrugge, en Lambertus van Ophem overleden. Beiden verongelukten bij het werk. Ze waren bezig 'mergel' te schieten uit een put toen opeens de opgestapelde grond instortte, zodat  beiden verstikten (34). Een Anna van Seghbroeck werd in 1578 gedoopt te Grimbergen. Ze was de dochter van Laurentius. Haar doopmeter was Anna Sterck, vrouwe van Grimbergen, echtgenote van Ferri van Bergen-Giymes, heer van Grimbergen (35). Dat de vrouwe van Grimbergen doopme­ter was, brengt er ons toe te veronderstellen dat de familie Van Segh­broeck een van de welstellende pachterfamilies van Grimbergen was (36).

In 1663 is Hendrik van Hamme, die huwde met Anna van Overstrae­ten, pachter van Oyenbrugge. In de overlijdensregisters staan meer­dere kinderen van hem vermeld die bijna allen jong stierven. De laatste, Johannes van Hamme, was vijfentwintig jaar toen hij overleed. Ze werden begraven voor de relikwieën van Sint-Servaas in de paroc hie­kerk. Op 26 mei 1694 overleed Hendrik van Hamme, zesenzestig jaar oud . Hij  was dus  geboren in 1628 en vijfendertig jaar oud toen hij pachter werd  te Oyenbrugge. Een van zijn zonen, Karel, huwde met Maria Barbara van der Schueren. Op 8 oktober 1733, overleed Karel van Hamme, vierenzestig jaar oud .

In 1770 droeg Joannes Maes een deel van de lasten van Oyenbrugge. Hij kwam uit een molenaarsfamilie. Verder vinden we nog slechts één naam: een zekere Moyson deed de betalingen voor de  missen, waarschijnlijk tot  in 1783. We vinden over hem geen verdere bijzon­derheden. Het pachthof van Oyenbrugge schijnt dan ook vervallen te zijn bij het verdwijnen van het kasteel. A. Wauters vermeldt dat de familie Barbé een villa bouwde midden in het veld. Waarschijn­lijk wordt hier de villa bedoeld  met de groene linden ervoor, nabij het kruispunt van de steenweg naar Lint en de Humbeeksesteenweg, aan de overkant van de herberg 'In de groene Linden' van Lauwers. Zo bestaat ze heden nog ongeveer (37). De familie Barbé noemde zich overigens 'Barbé d'Oyenbrugge'. Het land vanaan Oyenbrugge zuid­waarts naar de Kluisberg, hoort  bij hun goederen.

In de oude tiendboeken vinden we heel weinig aanwijzingen over de watermolen van Oyenbrugge. Er is alleen sprake van de molen in de nabijheid van Oyenbrugge. In de oude parochieregisters vinden we voor 1624 het overlijden vermeld van Stefaan Segers, zoon van de molenaar van Oyenbrugge. Waarschijnlijk was Willem Geens (+ 1691) de  opvolger van Segers. In 1694 werd het huwelijk ingezegend van Franciscus Timmermans, in de Sint-Annakapel van Oyenbrugge. De naam van zijn vrouw staat niet opgeschreven. Wel staat er de ver­melding bij: «Geens, maalder van Oyenbrugge». Mogelijk was er een dochter van Willem Geens die met  F. Timmermans trouwde en kwam de molen zo in pacht van de familie Timmermans. Ze bleven er wonen tot rond 1930.

In het kaartboek zijn de goederen rond Oyenbrugge afgebeeld (38). De molen vinden we echter niet terug op de tekening. Wellicht werd de Maalbeek omgeleid tot dicht bij de gebouwen die er wel te zien zijn. Nummer één van het kaartboek meldt: «Mevrouwe van Oyen­brugghe met 78 roeden hof, comende reghen de Molenbeke achter, beneefens haren waetermolen gebruykt de muylder Francis Timmer­mans ». Van het werk op de molen alleen kon de molenaar niet le­ven. Hij huurde daarom nog enkele stukken landbouwgrond, waar­ onder een stuk op de Wezenhaag voorbij de Diegemput, 3 dagwand en 92 roeden groot. Later, vooral op het einde van de achttiende eeuw, toen het oude pachthof verdwenen was, werden er nog andere gron­den gehuurd om de eindjes aan  elkaar te kunnen knopen.

Uit het dagboek van Frans Timmermans, burgemeester van Grim­bergen in de negentiende eeuw, kunnen we enkele interessante gege­vens putten uit die tijd. In 1808-1809 lagen de velden verlaten en onbebouwd wegens de veldtochten van Napoleon. Tussen Oyenbrugge en Lintkasteel stond geen koren op het veld. 1811 kende een droge zomer. 1815 was een nat jaar en alles verrotte. Op het Lintkasteel werd een wagen met twee paarden opgeeist voor de oorlog tegen Na­poleon. In 1820 is een neef van J. Timmermans in de boomgaard doodgevroren. 1821-1822 was eveneens een  harde winter. De vaart was dichtgevroren en het was onmogelijk om te malen. 1845: Chole­ra! In 1846 was het bloeisel van het koren bevroren. De oogst mislukte en er was grote nood. Hagel vernielde alle landbouwgewassen in 1847. Tien jaren later had de molenaar grote moeite om te malen wegens de grote droogte. 1859 en 1865 kenden respectievelijk hagelschade en cholera. Uit dit dagboek blijkt oo dat tot ongeveer 1860 in de bossen van  Grimbergen waterslangen, dassen en vossen leefden. Volgens A. Wauters (39a) moest rond 1780 de maalder aan de nieu­we eigenaar van het kasteel van Oyenbrugge toestaan het water van de beek af te leiden naar de vijvers, nadat  ze geruimd waren. De ei­genaar van zijn kant moest de vijvers laten leeglopen wanneer de molen enige herstelling vereiste.

In 1899 werd de watermolen van Oyenbrugge uitgebroken en omge­bouwd tot turbine. In 1926 kwam J. Devleeschouwer op de molen.

------------------------

 (23) Archief Abdij Grimbergen (A.A.G), KI. I , bundel  15.

(24) A.A.G., KI. 11, Cart. I, nr. 29, en  Cart. 11, fol. 93.

(25) A.A.G., KI. 11, Cart. I , nr. 102.

(26) Ibid., nr. 9.

(27) Ibid., nr. 29.

(28) Zo  bevestigt A. WAUTERS, op. cit ., dl. V , blz. 159.

(29) A. WAUTERS, op.cit, dl. V , blz. 159 en 161.

(30) A.A.G., KI. 11, register 28.

(31) Deze koormantels worden heden gedragen van Allerheiligen tot Pasen.

(32) In A. COSIJN, Grimbergen, Notice descriptive, blz. 46 en in VERBOUWE. Iconografie van het Kanton Wolverlem, nr. 14.

(33) Archief Gemeente Grimbergen (A.G.G.), Van Acoleyen J., Kaartboek van de Gemeente Grimbergen, anno 1696, 13de kaartblad, nr. 2.

(34) A.G.G., Geboorte-, huwelijk- en dodenregisters van  1577 tot augustus 1796, 1ste register. blz. 17. Mergel, of 'melior terra' zoals Pastoor Daniël Strael schrijft, was een vettere grond die als meststof werd gebruikt op het veld. Er waren grote mergelputten op de Beigemkouter.

(35) Ze woonde lange jaren op het kasteel en overleed in 1605.

(36) In 1632 was Johannes van Seghbrocck pachter op de Ter Tommenhoeve.

(37) Delestré schreef dit in 1942.

(38) A.G.G., Kaartboek 1696.

(39a) A. WAUTERS, op. cit., dl. V. blz. 158.

-----------------------

“Restauratiepremie van 218.000 euro voor Oyenbrugmolen in Grimbergen”, www. geertbourgeois. be (23.10.2015).
Geert Bourgeois, Vlaams minister-president en Vlaams minister van Onroerend Erfgoed, kent een premie van ruim 218.000 euro toe aan de eigenaar voor de restauratie van de Oyenbrugmolen in Grimbergen.
De Oyenbrugmolen is één van de vier watermolens aan de Maalbeek in de Vlaams-Brabantse gemeente Grimbergen. De eerste vermelding van een watermolen dateert uit 1397. De molen is sinds 1980, de omgeving is beschermd als dorpsgezicht.
De watermolen is sinds het midden van de jaren 1950 niet meer actief. In het verleden restaureerde de huidige eigenaar de maalinstallatie, de Girard-turbine en liet hij een nieuw waterwiel installeren waarmee stroom kan worden opgewekt.
Het project voorziet in de maalvaardige restauratie van de molen en tevens in de opwekking van hernieuwbare energie uit kleine waterkracht.De installatie is bedoeld om continu te draaien, met op jaarbasis een energieopbrengst van 15 tot 25 megawattuur. Dit is het elektriciteitsverbruik van 4 tot 7 gezinnen. De molen zal na de restauratie regelmatig worden opengesteld.
Auteur(s): Geert Bourgeois, Minister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Buitenlands Beleid en Onroerend Erfgoed.
Contactinfo: Lisa Lust, adjunct-woordvoerder (lisa. lust@ vlaanderen.be) tel. 02/ 552 60 80 – 0476/ 493 426.
 
------------
 
“1,5 miljoen euro voor restauratie Vlaamse molens”, geertbourgeois.be (04.11.2015)
 
Geert Bourgeois, Vlaams minister-president en Vlaams minister van Onroerend Erfgoed, kent voor ruim anderhalf miljoen euro aan premies toe voor de restauratie van een vijftal waardevolle molens in Vlaanderen.
Minister-president Geert Bourgeois: “Met vereende publieke en private krachten zijn de voorbije decennia belangrijke stappen gezet naar het definitieve, het duurzame behoud van ons molenpatrimonium. Beschermde molens moeten na restauratie, net zoals andere monumenten, onderhouden worden om ze voor nieuw verval te behoeden. De beste manier om een bouwwerk te onderhouden, bestaat erin het te gebruiken, hetzij in zijn oorspronkelijke functie, hetzij door het een nieuwe functie, een nieuwe bestemming te geven”.
 
- 218.000 euro voor de restauratie van de Oyenbrugmolen in Grimbergen
De Oyenbrugmolen is één van de vier watermolens aan de Maalbeek in de Vlaams-Brabantse gemeente Grimbergen. De eerste vermelding van een watermolen dateert uit 1397. De molen en de omgeving is sinds 1980 beschermd.
De watermolen is sinds het midden van de jaren 1950 niet meer actief. In het verleden restaureerde de huidige eigenaar de maalinstallatie, de Girard-turbine en liet hij een nieuw waterwiel installeren waarmee stroom kan worden opgewekt.
Het project voorziet in de maalvaardige restauratie van de molen en tevens in de opwekking van hernieuwbare energie uit kleine waterkracht.
De installatie is bedoeld om continu te draaien, met op jaarbasis een energieopbrengst van 15 tot 25 megawattuur. Dit is het elektriciteitsverbruik van 4 tot 7 gezinnen.
De molen zal na de restauratie regelmatig worden opengesteld.
 
Foto’s: https://www.onroerenderfgoed.be/nl/over-ons/voor-de-pers/
Auteur(s): Geert Bourgeois, Minister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Buitenlands Beleid en Onroerend Erfgoed
Contactinfo:  Lisa Lust, adjunct-woordvoerder minister-president Geert Bourgeois
lisa.lust@vlaanderen.be
02/ 552 60 80 – 0476/ 493 426
Thema('s): Toerisme & onroerend erfgoed
 
------------------------ 

Nieuwjaarswensen door Erik van Hemelrijck, eigenaar van de Oyenbrugmolen.
Grimbergen 21 december 2015 

Beste leden, vrienden en belangstellenden, 

Op deze eerste dag van de winter, al kan je niet echt van een winterse dag spreken, onze beste wensen voor het nieuwe jaar. 

Een greep uit onze vorige wensen. “Dat goede projecten gerealiseerd mogen worden of minstens kunnen verder groeien. Dat onze wereld een beetje dichter bij een duurzaam evenwicht komt. Voor windmolenaars graag een flinke bries uit de goede hoek. Voor watermolenaars liever niet al het water ineens.“ 

In 2015 stond de wereld zeker niet stil. Soms erg verontrustend. En ook vaak goede wendingen. Onze planeet in de kering? 

Alle beetjes helpen zij ons Grootemoe. Erg veel is het niet. Maar wij brengen graag een zode aan de dijk. En hoewel onze molen trager maalt dan gehoopt mogen wij niet klagen. Geduld is een schone deugd. Niet meer van de tijd? Graag bij dezen: in 2016 naast gezondheid en geluk ook nog aan ieder geduld en volharding gewenst. 

Het Beheersplan ( vroeger het Herwaarderingsplan) van de Oostelijke Maalbeekvallei is klaar. Met de zegen van Onroerend Erfgoed kan het plan goedgekeurd worden op de gemeenteraad van januari 2016. Eindelijk groen licht ook voor het deelproject “Oyenbrugmolen en Omgeving”. Wij gaan zo gauw mogelijk van start. De realisatie van het vismigratiekanaal zal echter moeten wachten tot het najaar. Omdat de restauratiewerken aan de molen het omleiden van de Maalbeek vereisen. Pas als dit bijpaskanaal geslempt is kan het weiland heringericht worden. 

Voor het Restauratie- en Energieproject fase 2, is de subsidie toegekend. Hierdoor geeft Onroerend Erfgoed een erg duidelijk signaal voor een prompte realisatie. De stedenbouwkundige vergunning wordt aangevraagd. Na jaren kunnen wij dit duurzame erfgoedproject eindelijk realiseren. Het brengt een significante meerwaarde aan het Grimbergse erfgoed zowel het monumentale als het landschappelijke. Het vergroot de natuurwaarden en esthetische waarden van de omgeving in de Maalbeekvallei. Die werd in 1980, bij Koninklijk Besluit, om zijn picturale waarden, beschermd. Onze projecten vergroten bovendien de doorstroomcapaciteit van de Maalbeek bij de Oyenbrugmolen. Alle voorzorgen voor een veilig en gecontroleerd opstuwen van de beek zijn genomen. Toch blijft het ons verbazen dat onze waterloopbeheerder er nog steeds niet helemaal gerust in is. 

De noodzakelijke werken aan de molen voor de inrichting van het gastenverblijf worden in dezelfde stedenbouwkundige vergunning voorzien. Tegen de zomer moet dat klaar zijn. En kunnen wij met de nodige erkenningen onze gasten ontvangen in de Oyenbrugmolen. 

Linda heeft tijdens het voorbije Oyenbrugmolenfeest haar proeve als molengids afgelegd. Vanaf dan mag ze met onderscheiding één en ander over erfgoed en molens uitleggen. Maar om die te doen draaien heb je een molenaar nodig.

Na 120 uur stage in water- en windmolens was het dan zover. Erik voor de vierschaar van de heren examinatoren van de molenaarscursus. De kritische fine fleur van het molenwereldje in de Liermolen. In de hel draait het hellewiel en drijft de koning aan. Tenminste als je het maalschof opendraait en het waterwiel mee wil. Dan drijven de kammen van het spoorwiel de spillegelopen aan. Klauwijzers wringen de meulenijzers waarop de lopers liggen. En schuddebakken slaan tegen de spelten en strooien met mondjesmaat graankorrels door de kroppen. Tussen lopers en liggers gemalen. De lichtvlegels hijsen de ezels en duwen de in hun taatspotten wentelende peerijzers hogerop. Door recht- of zwaaipandscherpsel uitgezwierd dan opgevangen en meegenomen in de steenkisten. Voeder- en bakmeel langs de meelgoten in de zakken. Alom stof en verbijstering. Meester-tovenaar Johan Boulanger deed iets meer dan kijken of het goed was. En met een goedkeurend schouderklopje krijgt de leerling de gegeerde molenaarsmedaille overhandigd. Met dank aan de meester en aan de jury, een meestermolenaar is geboren. 

Na een derde restauratiefase komt dit molenmeesterschap allicht van pas. Maar zover zijn wij nog niet. Het Oyenbrugmolenfeest, 5de editie, in samenwerking met onze goede gemeente, gaat door op zondag 28 augustus. Na hoogtijden en barok tijdens de 17de eeuw nu tijd voor “Verlichting en Revolutie”. Onder Fransche annexatie zijn “Liberté égalité fraternité “ aan de orde van de dag. Mogelijk nemen wij op zaterdag een oude draad op en hernemen wij een historische evocatie uit 2010. “De confiscatie van onse Grimbergsche Abdye.” In dat geval zal het concert, in samenwerking met het CC Strombeek-Grimbergen, op vrijdag 26 augustus doorgaan 

Wij maken werk van onze website www. oyenbrugmolen. be. In  amenwerking met NIMERA mobile ITC komen meetresultaten over opvolging en werking van onze projecten online. 

Projecten zat, werk en pret met hopen. Wij gaan er graag voor en zijn erg blij dit genoegen te mogen delen met de vele helpers, sympathisanten en belangstellenden die de Oyenbrugmolen en zijn projecten een warm hart toe dragen. Onze dank gaat naar allen die ons op één of andere manier ondersteunden in het voorbije jaar. 

Onze projecten worden ondersteund door Onroerend Erfgoed, De Vlaamse Landmaatschappij en de Gemeente Grimbergen. 

Maar voor de ontsluiting en het openstellen van de molen rekenen wij op onze dierbare sponsors. Zo kunnen, op het molenfeest, achthonderd mensen gratis toegang krijgen tot de geanimeerde Oyenbrugmolen. En op een aangename manier kennis maken met de geschiedenis van de molen en de projecten. 

Je kan de werking van de vereniging Oyenbrugmolen steunen met een bijdrage van 10€ als lid. Met 20€ als steunend lid.

Bedrijven en handelaars krijgen voor hun bijdrage van 50€ een fiscaal attest en vermelding op al onze publicaties en website.

Je kan storten op rekeningnummer BE80001627483477. 

En het spreekt voor zich, iedereen wordt warm ontvangen op ons molenfeest. 

Hartelijk, Erik Van Hemelrijck, voorzitter 

In bijlage: Foto 1. Reeën op bezoek in de Oyenbrugstraat.
Foto 2. Een goed glas kriek- of geuze Boon na afloop van de proef  

Onze projecten genieten een substantiële ondersteuning van: NIMERA

p.s. Wij sturen dit bericht naar 864 personen die op één of ander moment of bij één of andere gelegenheid belangstelling voor de projecten rond de Oyenbrugmolen toonden en ons hun email adres opgaven. Op die manier willen wij je graag op de hoogte houden. Reacties of suggesties zijn altijd welkom. Als je onze berichten liever niet meer ontvangt kan je gewoon per mail uitschrijven. Kijk ook op de website: www. oyenbrugmolen. be

Literatuur

Archieven
Rijksarchief Anderlecht, Bestendige Deputatie van de Provincie Brabant, Besluiten en vergunningen, hinderlijke en/of gevaarlijke inrichtingen, Grimbergen 1898/1899 (vergunning om een turbine te plaatsen)
Kadaster Vlaams-Brabant, mutatieschetsen Grimbergen:, 1872/5.
Archief MOT (Museum voor de Oudere Technieken), Grimbergen
Privaat archief Erik Van Hemelrijck & Linda De Wit, Grimbergen
Gemeentearchief Grimbergen

Werken
J.J. Feyen, "Oude pachthoeven en rustige watermolens te Grimbergen", in "De Toerist", XXXVII, 1958, p. 521-524.
Daniël J. Delestré, "Onebrugge. Pachters. Maalders", in: Sint-Servaasbode, 1942, p. 32-47.
K. Jacobs, "Zingende molens te Grimbergen", in: Toerisme, XL, 1961, p. 303-306.
K. Jacobs, "Wandelgids door Grimbergen", 1961.
J.L., "De Heerlijke rechten en inkomsten van de baronie Grimbergen in de 17de en 18de eeuw", in: Eigen Schoon en de Brabander, XXIX, 1946, p. 19-24;
"Schoon Grimbergen", in: Eigen Schoon en de Brabander, XI, 1928, p. 193-200;
J. Willems, "Van abdijdorp tot woongemeente (Grimbergen)", in: De Autotoerist, 12 oktober 1978, p. 1398-1405.
Herman Holemans, "Kadastergegevens: 1835-1985. Brabantse wind- en watermolens. Deel 2: arrondissement Halle-Vilvoorde (A-L)", Kinrooi, Studiekring Ons Molenheem", 1991.
M.A. Duwaerts e.a., "De molens in Brabant", Brussel, Dienst voor Geschiedkundige en Folkloristische Opzoekingen van de Provincie Brabant, 1961.
Daniël J. Delestré, "Uit het Verleden van Grimbergen", deel II, bewerkte en geannoteerde uitgave door H. De Schepper en de leden van 'Eigen Schoon', Heemkundige Kring 'Eigen Schoon' en Abdijgemeenschap der Norbertijnen, Grimbergen 1987, p. 82-89 en 138-141.
Agentschap Onroerend Erfgoed Vlaams-Brabant, beschermingsdossier: "de Maalbeekvallei" bij M.B. van 9 juli 1980.
"Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen. Inventaris van het cultuurbezit in België. Architectuur, dl. 2n, Vlaams Brabant. Halle-Vilvoorde", Gent, 1977, p. 194.
A. Wauters, "Histoire des environs de Bruxelles", Brussel, 1855, heruitgave o.l.v. F. Mariën, dl. 5, Brussel, 1972, p. 159-162.
J. Wilmet, "Un Joyau National. Grimbergen", Marcinelles-Charleroi, [1935], p. 181 en 212.
Fl. Van Driel: "Het voormalige Oyenbruggekasteel in Grimbergen", in: Eigen Schoon en de Brabander, Driemaandelijks tijdschrift van het Koninklijk Genootschap van Vlaams-Brabant en Brussel, jg. 93, 2010, nr. 2, april - mei- juni, p. 137 - 156, ill.

Mailberichten
Erik Van Hemelrijck, Grimbergen, 02.04.2010, 21.12.2015

Persberichten
Wim Troch, "Zondag 22ste editie van Open Monumentendag. Open Monumentendag in het teken van de vier elementen", in: Het Nieuwsblad, 11.09.2010.
(Wim Troch), "Maalbeekwandeling eindigt in Oyenbrugmolen. Oude molen krijgt nieuwe toekomst", in: Het Nieuwsblad, 11.09.2010.
DSG; "JCI Noord-Brabant steunt renovatie Oyenbrugmolen", Het Nieuwsblad, 22.04.2011.
Joris Herpol, "Girard-turbine hightech uit industriële revolutie", Het Nieuwsblad, 23.04.2011.
Joirs Herpol, "Oyenbrugmolen moet groene stroom produceren. Uniek restauratieproject historische watermolen", De Standaard, 23.04.2011.
Sigurd, "Oyenbrugmolen zet de deuren open tot 1400", Het Nieuwsblad, 14.08.2012.
JHW, "Feest Oyenbrugmolen eindigt met sabotage", Het Nieuwsblad, 06.09.2012.
Sigurd, "Oyenbrugmolen feest op zijn Bourgondisch", Het Nieuwsblad, 08.07.2013.
Joris Herpol, "Restauratieproject voor groene stroom uit Maalbeek. Grote feesten in Oyenbrugmolen", Het Nieuwsblad, 22.08.2013.
Koenraad Merens, "Feesten - Grimbergen. Derde editie Oyenbrugmolenfeest", Het Nieuwsblad, 13.08.2014.Sigurd, "Abt Antoon van Oyenbrugge en de brug verbrandt", Het Nieuwsblad, 14.08.2014.
Dimitri Berlanger, "Evocatie en tentoonstelling zetten uniek restauratieproject in de kijker", Het Laatste Nieuws, 22.08.2014.
DLO, "Oyenbrugmolen wacht op subsidies", Het Laatste Nieuws, 24.08.2015
Joris Herpol, "Droom van eigenaar Erik Van Hemelrijck gaat in vervulling. Oyenbrugmolen kan na 40 jaar eindelijk worden gerestaureerd", Het Nieuwsblad, 24.10.2015.
“Restauratiepremie van 218.000 euro voor Oyenbrugmolen in Grimbergen”, www. geertbourgeois. be (23.10.2015).
“1,5 miljoen euro voor restauratie Vlaamse molens”, geertbourgeois.be (04.11.2015)
Joris Herpol, "Restauratie van Oyenbrugmolen is levenswerk van Grimbergs paar", Het Nieuwsblad, 05.03.2016.
Lies De Smedt, "Oyenbrugmolen in Grimbergen wordt gerestaureerd", Het Laatste Nieuws, 27.02.2016, ringtv.be, 27.02.2016.
Siguard De Ridder, "Oyenbrugmolenfeest 5de editie: "Onder Fransche annenxatie", Het Nieuwsblad, 13.08.2016.
DBS, "Wereldoorlogen centraal op Oyenbrugmolenfeest", Het Laatste Nieuws, 24.08.2018.


Laatst bijgewerkt: donderdag 27 september 2018
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens