Molenzorg
Opgrimbie (Maasmechelen), Limburg
<p>Kikmolen</p>
Foto: Donald Vandenbulcke, Staden, 11.04.2010
Naam

Kikmolen

Ligging Kikmolenstraat 1
3630 Opgrimbie (Maasmechelen)

op de Kikbeek
kadasterperceel E688 (Mechelen-aan-de-Maas)
E110 (Opgrimbie, afgesplitst in 1851)


toon op kaart
Geo positie 50.952927, 5.662660
Eigenaar J. Gorissen
Gebouwd 1480 / 1838 / ca. 1860
Type Bovenslag watermolen
Functie Korenmolen
Kenmerken Bakstenen gebouw
Gevlucht/Rad Houten bovenslagrad
Inrichting Nog gedeeltelijk
Toestand Gebouw in goede staat, rad verweerd (planning tot nieuw rad)
Bescherming ---,
Niet beschermd
Molenaar Geen
Openingstijden Op aanvraag, tel. 089 762430 (J. Gorissen)
Ten Bruggencatenummer 11862

Beschrijving / geschiedenis

De Kikmolen is een korenwatermolen met houten bovenslagrad op de Kikbeek (Broekbeek genoemd in de Atlas der Buurtwegen van ca. 1844), aan de grote Kikvijver en de Kikmolenstraat nr. 1. Aan de voet van de heuvels ontspringen drie bronnen die elk een waterstraaltje geven. Samen vormen ze het beekje (de Kikbeek) dat de Kikvijver voedt.

De molen wordt op de Ferrariskaart (ca. 1775) "Kiekens Molen" en in de Atlas der Buurtwegen (ca. 1844) "Kickemolen" genoemd, Op de Ferrariskaart ligt naast de molen de belangrijke hoeve "Cense Kleyn hof". Hiervan bleven geen resten bewaard.

In 1250 kreeg de abdij van Hocht een geschenk waaraan de welgekende vijver zijn oorsprong dankt.
Otto, proost van Aken en van St. Servaas te Maastricht, oorkondt dat hij met toestemming ven het kapittel aan de abdis en de Convent (een klooster, een vergadering of een gemeenschappelijke woning in een begijnhof) van Hocht gegeven heeft, een vijver nabij Grimbede, in het vrijgoed van het kapittel gelegen, onder bepaling dat aan beide zijden van die vijver, zulk een strook grond erbij zal behoren, waarop men graszoden kan uitsteken, om de vijver binnen zijn bedding te houden, opdat hij niet eens vroeg of laat mocht uitbreken.
Die grond zal naar de kant van Maastricht zich uitstrekken tot aan het vrijgoed.
De uitgaven voor die vijver, zullen voor de eerste keer, voor de helft door genoemd kapittel gedragen worden en in het vervolg geheel door de abdij.
"Zonder wederzijdse toestemming, kan geen der partijen er visvangen, zo die vijver buiten zijn oevers treedt en schade berokkend aan het aangrenzend land de hoevenaars (Spelling (deels) uit 1864 bouwman, pachter), zullen de proost en het kapittel zorg dragen dat de abdij geen last van ondervinde."
Gedaan en gegeven in het jaar MCCL (1250).

De inhoud is zonneklaar, op één enkel punt na, namelijk men zegt dat de strook grond die bij de vijver behoort, zich van de kant van Maastricht uitstrekt tot aan het vrijgoed.

Hoe ver is dat? De vijver ligt toch midden in het allodium (eigen erfgoed). Het staat nochtans zo in het origineel charter, alsook in de copie in het charterboek van Hocht. Voor de woorden, "een vijver" heeft de copiist bijgevoegd, "twintig bunder", wat in het origineel charter niet staat! Een bunder is een oude oppervlaktemaat, die in Nederland in 1816 werd gelijkgeschakeld aan 1 hectare of 10.000 vierkante meter en in 1937 is afgeschaft.

Aangaande de oprichtingsdatum vond men in de rekeningen van de heer van Pietersheim uit de jaren 1479-1481, posten vermeld van het leveren van hout en het bouwen van een molen, op kosten van het Convent van Hocht.

De molen werd dus in 1480 ten laste van Hocht, gebouwd door de heren van Pietersheim, die het nodige hout en ook de kennis daartoe bezat.

De vrouwe van Hocht gaf de Kikmolen uit aan Peter Weijermans van Daelgrimbie, tegen een erfpacht van elf malder rogge of 88 vaten per jaar, plus een kleine waterpacht aan de Hogeproost en de kapuinen (gecastreerde of gesneden hanen) aan de Mottenlaathof, waaronder de molen ressorteerde.

Op 30 oktober 1554 werden de erfgenamen van Peter Weijermans, wegens gebrek van betaling van de erfpacht, door de abdis (abdijoverste) Anna van Mombeeck voor het Mottenhof uitgewonnen.
Met dit vonnis ging de Meier naar de schepenbank van Mechelen en verzocht hen het afverbod uit te voeren.

Vier maal werden de eigenaars opgeroepen, tweemaal op een kleine boete en tweemaal op een grote om hun schulden te vereffenen; bij gebreke daarvan werd het groot afverbod uitgesproken en de eigenaars met geweld door schout en gerichtsboden (deurwaarders) op straat gezet, zo ze zelf niet vertrokken waren.

Na de nodige herstellingen, gaf dezelfde abdis in erfkoop aan Jan Weijermans tegen elf malder (oude inhoudsmaat voor granen en vaste stoffen) als vroeger.

In 1579, in de strijd van Spanje tegen de Nederlanden, werd de molen met woonhuis en stallen door het garnizoen van Maastricht afgebrand. De "Hoevemolen", nog een watermolen gelegen in Daelgrimbie op de grens van Opgrimbie, is in de omgeving waar nu de St. Martinuszaal ligt, onderging hetzelfde lot en werd in dezelfde tijd vernield.

Hoeve "De Kikmolen". Daar Hocht zo veel geleden had van de oorlog, dat de abdij geen middelen had de molen zelf op te bouwen, sloot de abdis Francoise van Mombeeck, op 30 april 1586 te Maastricht de volgende overeenkomst met Erken of Aert Tielen de Jonge. Aert zal de molen in erfpacht hebben tegen drie malder rogge, te betalen met St. Andries naastkomende en vervolgens zes malder (48 vaten) de volgende jaren.

Daarentegen zal Aert Tielen gehouden zijn, op zijn kosten de molen terug op te bouwen; "De huizinge met stein en lemen zo te timmeren dat men zich goed daarin behelpen kan, het water dat nu naar diverse kanten stroomt weer samen te brengen, de wijer en de beken te vegen en de dijken te herstellen."

Aert Tielen verhuurde de Kikmolen, hijzelf woonde langs de Weijer op de Heirstraat, zoals blijkt uit zijn doodsbericht; "De 22 januari 1626 is overleden Erken Tielen, wonende in het leste huis naer grimmij vast aent water oft gaende, lanx des Heeren banen, aen de rechte hand naer Ticht gaende, onder desen keerspel ende heerlijkheid, Mechelen. Is een vroom man geweest. Door mij ... bedient. Ligt begraven (enz.).

De plaats waar Erken Tielen heeft gewoond, is in de omgeving waar ook de Hoevemolen heeft gestaan.

Op 17 november 1603 kocht Jan op de Weijer van Katrijn Maes de nagelaten huisvrouw van Erken Tielen de oude, haar 1/3 aandeel in de Kikmolen die haar man zaliger haar op zijn sterfbed gegeven had, getuigen zijn pastoor Halinx en Jan Maes.

Op 23 december 1611 ontving Heijn Schrammen de rest van de Kikmolen," Nae gedaende ontfankenis"( zoals men nu zegt, na de successie betaald te hebben ).

Dan verkoopt hij de molen aan zijn zoon Renier Schrammen voor een somme daer sij beijden mede tevreden waeren.

Misschien was dit een formaliteit om de molen op naam van zijn zoon te krijgen. Renier Schrammen huwde rond die tijd Aleidis van de Weijer, enige dochter van de schout Jan de Weijer (schout = de belangrijkte bestuurder binnen een heerlijkheid).

Door dit huwelijk behoorde de hele Kikmolen tijdelijk aan dezelfde familie.

Renier Schrammen overleed op 8 januari 1921, achterlatend een weduwe met vijf kinderen, wat haar niet belette negen maanden later te hertrouwen.

Op 19 september 1621 trad zij in het tweede huwelijk met Willem Schutgens.

Na het overlijden van Renier Schrammen gingen zijn twee derden van de molen over op zijn kinderen en na het overlijden van Jan de Weijer op 27 oktober 1625 ging zijn derde naar de kinderen van Willem Schutgens.

Op 9 augustus 1659 verkoopt de zoon van Willem, Jan Schutgens gerichtsbode, gehuwdm et Elisabeth Ruijters, met volmacht van zijn zuster het derde deel van de Kikmolen met omtrent één bunder grond, gelegen in de heide tot Mechelen en Grimbij aan Eren (Arnold) Heijtenis, gehuwd met Elisabeth Begas.

De gerichtsbode had tot taak om namens de schout (die hoofd van politie was) verdachten aan te houden, in hechtenis te nemen en vonnissen ten uitvoer te brengen, die bij hun aanstelling officieel beëdigd werden. In sommige perioden werd het ambt van gerichtsbode gecombineerd met dat van veldbode.

Voor 1580 wordt gesproken over ´bode´, niet expliciet over gerichtsbode.

De hele molen was toen belast met een "keur" (Verondening van een  waterschap waarin beheer, onderhoud en gebruik van waterschapswerken is vastgesteld.) aan de grondheer jaarlijks een hen en penning ( Kapuinen = hanen en 18 vaten erfpacht aan de heer en nog anderhalf vat rogge aan de pastoor en koster van Mechelen).

De ander twee derden van de molen had Ereb Heijtenis reeds de 14 januari 1659 verworven van Hendrik Verschoren, inwoner van Rekem. Deze was toen jaren erfpacht verschuldigd.

Peter Tholen, rentmeester van de proost ( Oppergeestelijke ) Nicolaas de Micault, had hem reeds voor de Mottenlaathof gedaagd, toen Eren Heijtenis voorsloeg 346 gulden achterstal met al de gerechtskosten en andere lasten te betalen, indien hij de molen in erfpacht ontving, wat door de proost werd aanvaard. 

Toen behoorde de molen niet meer aan Hocht, maar aan de proost van Sint-Servaas.

De molen was nu een keurgoed geworden; bij het overlijden van de eigenaar waren de erfgenamen de keur verschuldigd aan de proost als grondheer van Mechelen.

Wellicht zijn de Heimolen en de Kikmolen weer verwoest geweest bij de belegering van Maastricht in 1632.

De Kikmolen werd ditmaal door de proost opgebouwd en buiten de eigendom van Hocht geplaatst, want de huidige molen ligt meer oostwaarts dan de vorige.

Van de eerste ligging zijn de oude dijk en de watergeul nog duidelijk zichtbaar (anno 1980).

Van Eren Heijtenis ging de molen over op zijn zoon Dionijs en van deze op zijn kleinzoon Jan, die trouwde met Margriet Michiels.

Na hun overlijden op 15 december 1733 vergaderden hun zes kinderen, de Eerwaarde H. Dionijs Heijtenis, Aert Heijtenis, Ida gehuwd met Johan Cops van Wimmersmael, Elisabeth gehuwd met Johannes Stans, Johannes en Laurens nog onmondig ( minderjarig ), zij besloten de molen aan Aert te laten.

De Kikmolen bleef meer dan anderhalve eeuw in de familie Heijtenis, waarna ze naar de familie Van der Hallen overging.

Door  het huwelijk van A.T.Heijtenis met M.C. Van der Hallen kwam ze weer naar Heijtenis terug, die het molenhuis is 1858 vernieuwde zoals het in de gevel te lezen staat.

De vorige eeuw vermaakte Heijtenis ze aan Hubert Gorissen-Repriels.

De molen ligt nu stil en de vijver wordt als badplaats gebruikt.

Anno 2013 is er van het molenrad niets meer te zien behalve de as.

Het molenhuis werd in 1838 herbouwd in baksteen, getuige een gevelsteen in de linkerzijgevel, gedateerd: ANNO/1838/ATH.

De Bestendige Deputatie van de provincie Limburg keurde op 29 september 1848 de vastgestelde pegelhoogte van 1,530 meter aan de sluis van de spaarvijver goed. De toenmalige eigenaar was Theodoor Heytenis.

Eigenaars na 1840:
- voor 1844, eigenaar: Heytenis Theodoor, molenaar te Opgrimbie
- later, erfenis: Heytenis Theodoor, de weduwe, nu echtgenote Tummers Jan, koopman te Oprimbie
- 1854, erfenis: a) Heytenis Leonard (broers en zussen en compagnie), landbouwer  te Daalgrimbie, b) Heytenis Theodoor, de weduwe, nu echtgenote Tummers Jan, eigenares te Rekem
- 1857, ruil: a) Vanderhallen Pieter (en compagnie), herbergier te Opgrimbie, b) Tummers Jan, echtgenoot van de weduwe van Heytenis Theodor (vruchtgebruik)
- 1858, verkoop: a) Heytenis Arnold en compagnie, maalder te Opgrimbie, b) Vanderhallen Maria, weduwe van Tummers Jan en echtgenote van Heytenis Arnorld (vruchtgebruik)
- 1862, einde vruchtgebruik: Heytenis Arnold, molenaar te Daalgrimbie
- 1881, gift: a) Gorissen-Repriels Hubert, herbergier te Mechelen-aan-de-Maas (naakte eigendom), b) Heytenis Jan, landbouwer te Mechelen-aan-de-Maaas
- 1888: de kinderen
- 1907,  deling: Gorissen-Repriels Hubert, herbergier te Mechelen-aan-de-Maas
- 1940: en kinderen
- 1953: de kinderen
- 1957, gift: Gorissen-Pannemans Albert, handelaar te Opgrimbie
- 1979: zelfde eigenaar als in 1957
- 2014, eigenaar: Gorissen J.

Rond 1860 brandde de Kikmolen uit maar de schade werd hersteld. Het houten bovenslagrad is momenteel geheel vergaan, zodat nog enkel de metalen wateras overblijft. De eigenaars onderhouden het gebouw wel goed en overwegen de plaatsing van een nieuw waterrad.

Lieven DENEWET, Alojz RAK & Heman HOLEMANS

Bouwkundige beschrijving (Agentschap Onroerend Erfgoed)

Van de oorspronkelijke gebouwen bleef alleen een deel van het molenhuis bewaard. De overige gebouwen, in L-vorm, werden grondig vernieuwd en gewijzigd. Het molenhuis is een bakstenen gebouw van drie traveeën en een bouwlaag onder zadeldak, door middel van een gevelsteen in de linkerzijgevel gedateerd: ANNO/1838/ATH.De oorspronkelijke muuropeningen zijn rechthoekig in een geprofileerde, houten omlijsting. Zijgevels met aandak, vlechtingen en topstuk.

<p>Kikmolen</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, 11.04.2010

<p>Kikmolen</p>

Foto: Michel Clerx, Maasmechelen

<p>Kikmolen</p>

De gehele boerderij. Foto: Michel Clerx, Maasmechelen

<p>Kikmolen</p>

Restant waterrad . Foto: Michel Clerx, Maasmechelen

<p>Kikmolen</p>

Foto: Armand Carre, ca. 1980 (coll. Levende Molens - Molenzorg Vlaanderen vzw)

Aanvullende informatie

Sagen.

Heks houdt paard staande; heks herkend (verwond) door op wiel te slaan.
Een man die met paard en kar naar de Kikmolen in Opgrimbie reed, moest altijd op dezelfde plaats halt houden omdat de paarden niet meer verder wilden. Omdat de man het beu was, sloeg hij met een zweep tegen het wiel van de kar. Het volgende ogenblik liepen de paarden zo snel verder dat de man ze haast niet meer kon doen stilstaan. De volgende dag kwam er een vrouwtje met haar arm in een doek naar de molen. Het vrouwtje sprak: "Dat heb je mij gisteravond mooi gelapt!", waarop de man antwoordde: "Ah, jij was dat, lelijke deugniet!"
-----
Heks maakt lichte zak loodzwaar Verhaalopbouw: Tijdens de oorlog gingen de mensen hun graan laten malen in een molen in Opgrimbie. Een jongen die een zak graan van twintig kilo droeg, kwam een vrouw tegen, die hem wilde helpen. Plots werd de zak echter zo zwaar, dat de jongen riep: "Lelijke heks, maak dat je wegkomt!" Daarna kon de jongen de zak moeiteloos dragen.

Bron: P. Knabben, Leuven, 1970.

 

Literatuur

Alojz Rak, "De Kikmolen", 't Oude Grimbiaca (Heemkundige kring 't Oude Grimbiaca), jg. 2013, 1, p. 9-11; jg. 2014, 1, p. 10-11.
Lieven Denewet, "Inventaris van de Limburgse watermolens met hun pegelhoogtes (1846-1849)", Molenecho's, 39, 2011, nr. 2
Herman Holemans & Werner Smet, "Limburgse watermolens. Kadastergegevens: 1844-1980", Kinrooi, Studiekring Ons Molenheem, 1985;
Bert Van Doorslaer, "Met de stroom mee of tegen de wind in? Molens in Limburg", Borgloon/Rijkel, Provinciaal Centrum voor Cultureel Erfgoed, 1996.


Laatst bijgewerkt: donderdag 22 februari 2018
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens