Molenzorg
Harelbeke, West-Vlaanderen
<p>De Banmolens<br />Oude Watermolens</p>
Foto: Donald Vandenbulcke, 22.02.2011
Naam

De Banmolens
Oude Watermolens

Ligging Watermolenstraat 26
8530 Harelbeke

kadasterperceel A1109: graan- en volwatermolen (1834)
                        A1111: graanwatermolen (1834)&
toon op kaart

Geo positie 50.852859, 3.302586
Eigenaar Lofting Group nv, Gent
Gebouwd Voor 1128, vaak hersteld en herbouwd, o.m. in 1836
Type Turbine watermolen
Functie Korenmolen
Kenmerken Industrieel uitzicht: gebouw met vijf bouwlagen, vierkante schoorsteen
Gevlucht/Rad Francisturbine: zal dienen voor elektriciteitsopwekking (wordt geplaatst in 2009)
Inrichting Vroeger walsenstoelen, nu als lofts
Toestand Gerenoveerd tot wooncomplex
Bescherming M: monument, DSG: dorps- en stadsgezicht,
14.07.1998
Molenaar Geen
Openingstijden De benedenruimte als publieke ruimte en het naastliggend gebouw als tearoom
Internet bron

De Banmolens
Oude Watermolens

Beschrijving / geschiedenis

De oorsprong van de Harelbeekse watermolens gaat ten minste tot 1128 terug en tot voor enkele decennia bleef de maalderijfunctie op deze plek vrijwel onafgebroken behouden. Enkele fragmenten, zoals een natuurstenen basisstructuur en enkele natuurstenen omlijstingen en hoekblokken, vormen nog een herinnering aan de molens die hier tijdens de Middeleeuwen en het Ancien Régime werkten.

Ze waren eigendom van de graaf en maalden voor een bepaald gebied, de 'ban'. Daardoor werden ze toen reeds 'grafelijke banmolens' genoemd. De onderdanen waren verplicht om daar hun graan te laten malen en dan een deel af te staan voor het werk en als belasting. Eerst was er alleen een graanmolen, maar achteraf kwamen er ook een mout-, olie- en schorsmolen bij. Zoals blijkt uit een document van 1198 van de graaf van Vlaanderen, Boudewijn IX, stond de graaf een deel van de opbrengst af aan een leerman, vermoedelijk omdat die het directe toezicht op de molen moest houden. Zo kreeg een zekere Roger, Kastelein van Kortrijk, een jaarlijkse rente van 20 sous, die hij, na goedkeuring door de graaf, aan het Harelbeekse Kapittel schonk in 1198. Dit recht zou het Kapittel behouden tot aan de Franse Revolutie in 1794.

Tijdens de woelige 14de eeuw (Guldensporenslag, Jakob van Artevelde, Zannekin, slag van Westrozebeke) werden de molens ook gebruikt als verdediging en tenslotte ook vernietigd. Vermoedelijk gebeurde dit in 1382 toen de Franse horden van Westrozebeke terugkeerden en ook te Kortrijk hun vernielzucht botvierden, o.a. in de Onze-Lieve-Vrouwekerk en in de Sint-Maartenskerk.

Het uitbaten der moleninrichtingen werd telkens voor 6 jaar verpacht aan de meestbiedende, zoals blijkt uit de ordonnantiën (16de eeuw) door Keizer Karel uitgevaardigd. De pachtsom was groot, maar werd meer dan voldoende gerecupereerd. Eenmaal de som betaald was, pachtte de pachter immers niet enkel de watermolens, maar tevens een windmolen en het recht op de Leiesluis. Voor elk schip dat doorheen de sluis moest werd aan de pachter een zeker tolgeld betaald. De sluis hoorde bij de molens, want zij verzekerde het nodige verval van het Leiewater, nodig om de molenraderen te laten draaien. Op die manier regelde de molenpachter dan ook het peil van de Leie en daarmee de bevaarbaarheid in de richting van Gent. Kwam er uit de richting van Kortrijk weinig water aan, dan moest de sluis het ophouden om het nodige verval te verzekeren. Gevolg was natuurlijk dat de bevaarbaarheid in de richting van Gent daaronder sterk kon lijden, en dat de Leie soms zelfs totaal onbevaarbaar werd. Daar de pachter het Leiepeil soms wat te veel in zijn eigen voordeel regelde en op die manier de bevaarbaarheid in gevaar bracht, stelde de magistratuur in de loop van de 16de eeuw een zomer- en winterpeil in.

Toponymische vermelding uit 1570: "de straete gaende vande Varewyc (te Kuurne) naer de Watermeulen". 

In de 18de eeuw was François Parquet "pachter van H.M.'s vrije banmolens tot Harelbeke".

In de "Gazette van Gend" van 9 augustus en 5 september 1798 verscheen de volgende in het Frans gestelde advertentie. Op 28 thermidor jaar VI worden door de Centrale Administratie van het Leiedepar-tement te Brugge verkocht, als behorende tot de Nationale Domeinen: zes water- en windmolens te Harelbeke, voort-komende van het Oud Gouvernement, en actueel gebruikt door N.N. Buyse. Aangeboden voor 27.734 frank. Geschat op een (jaar)inkomen van 10.000 £; kapitaal van 200.000 frank.

Het watermolencomplex bestond in 1834 uit:
kadasterperceel A1109: graan- en volwatermolen
                        A1111: graanwatermolen
                        A1112: olie- en bleekblauwwatermolen

De Bestendige Deputatie van de provincie West-Vlaanderen gaf op 3 oktober 1836 de toelating aan Henricus Vercruyse-Bruneel tot vergroting van de watermolens en plaatsing van een stoommachine voor graanmolen en olieslaan.Het huidige complex, dat over de oude Leiearm heen gebouwd is, dateert uit de periode 1830-1850. De sluitsteen met datum 1849 verwijst hiernaar.

Omstreeks 1850 had het gebouw reeds grotendeels zijn huidig uitzicht verkregen (6 bouwlagen - 13 traversen) met uitzondering van het plat dak boven de 6de tot 8ste traverse (recente silo's). Er werden verscheidene malen verbouwingen uitgevoerd, met name na branden in 1884 en 1942, maar het algemene concept van het gebouwencomplex bleef bewaard. Interessante elementen zijn onder meer de waterturbine, die de oude en minder efficiënte waterraderen verving, en de schoorsteen op vierkant grondplan. De schoorsteen dateert uit het tweede kwart van de 19e eeuw en is typisch voor de fabrieksschoorstenen uit die tijd. Hij duidt de plaats aan waar de eerste stoommachine stond. De Oude Molens werden in 1870 uitgerust met een nieuwe stoommachine van 121 pk die door het constructiehuis Ch. Nolet was gebouwd. Deze machine bleef er in gebruik tot eind 1910. Zowel schoorsteen als waterturbine zijn getuigen van de wijze waarop een oude maalderijsite aan de industrialisering aangepast werd en aldus tot ver in de 20ste eeuw kon overleven. Belangrijk in de site is de wijze waarop zij visueel de groei van een traditionele banmolen naar een 19de en begin 20ste eeuwse industriële maalderij illustreert (met annex dan nog het nieuwe moderne bedrijf, dat nog gedeeltelijk op een oude technologie beroep doet).

De expansie die het bedrijf kende, vertaalde zich in 1864 in de bouw van de Nieuwe Watermolens op enige afstand van de oude watermolens (zie deze webpagina). In 1880 werd de maatschappij Vercruysse-Declercq-Vanneste opgericht met de bedoeling de rentabiliteit van beide watermolens te verhogen. Eén van de maatregelen was de vervanging van de waterraderen door waterturbines, waarvin in de oude watermolens nog één Francis-turbine die een kracht van 45 pk ontwikkelde, bewaard bleef. Na een hevige brand in zowel de oude als de nieuwe watermolens werd de maatschappij in 1895 omgevormd tot de S.A. Les Frères Vercruysse; Bij de overname in 1920 door Ernest Vanherpe werd deze gewijzigd in de NV Watermolens.
Van de vroegere banmolens resten nog de basisstructuren in natuursteen, een aantal natuurstenen, omlijstingen en hoekblokken (centraal gelijkvloers gedeelte). De verdere ontwikkelingen worden gekenmerkt via opeenvolgende bouwnaden, met daarbij de zeer typische externe sporen van de eerste vormen van het gebruik van mecharnische drijfkracht (o.m. de vierkante schouw).

Opmerkelijk is tenslotte het houten O.L.V.-beeld aan de oostgevel van het pand (18de eeuw?).

De molen werkte tot vlak na de Tweede Wereldoorlog. Maar toen viel hij stil en begon de verkommering. Dank zij beschermingsacties door molenverenigingen (onder impuls van Molenzorg Vlaanderen vzw) en vooral door de aankoop door Lofting Group nv uit Gent bleef de site behouden. De procedure liep niet van een leien dakje, maar op 14 juli 1998 tekende Vlaams Minister van Cultuur Martens de definitieve bescherming als monument. Hij zag geen problemen in een herbestemming van de molen. Lofting Group nv gaf het gebouw een andere functie, met de inrichting van woningen (lofts) in het gebouw. Alle authentieke elementen bleven behouden.

De vzw Banmolens Harelbeke (zetel te Deinze) heeft nog steeds het plan om, samen met Ecopower cvba, de Francis-turbine van de Banmolens restaureren voor de opwekking van groene stroom, maar de uitvoering wordt vertraagd door de wetgeving op de vrije vismigratie.

Eigenaars:
- tot einde 18de eeuw (inbeslagname door de Fransen): de graaf van Vlaanderen
- 1797, gebruiker: Buyse
- 1828, verkoop: Buyze Pierre en consoorten, te Kortrijk
- 22.03.1834, deling: (en akte d.d. 19.11.1834) a) Vercruysse-Bruneel Henri, koopman te Kortrijk en b) Bruneel Amand Ferdinand, te Kortrijk (notaris Lefevere)
- later, eigenaar: a) Vercruysse Marie, zonder beroep te Kortrijk, b) Vercruysse Aloïse, handelaar te Kortrijk, c) Vercruysse Charles, handelaar te Kortrijk, d) Vercruysse Amand, handelaar te Kortrijk, e) Vercruysse Prudence, echtgenote Nolf, handelaar te Kortrijk, f) Vercruysse Eugenie, echtgenote Soudan, handelaar te Kortrijk en g) Vercruysse Frebonie, zonder beroep te Kortrijk.
- 24.07.1857, verkoop: Vercruysse-Bruneel Dominicus en consoorten, eigenaar te Kortrijk (notaris Crouckhants)
- 04.09.1862, deling: a) Vercruysse Arsène, zonder beroep te Kortrijk en b) Vercruysse Victor, zonder beroep te Kortrijk (notaris Crouckhants)
- 30.11.1880, verkoop: Vercruysse Victor, fabrikant te Kortrijk (notaris Carette)
- 30.11.1880, maatschappij: Maatschappij 'Les frères Vercruysse' te Kortrijk (notaris Carette)

Lieven DENEWET & Herman HOLEMANS

<p>De Banmolens<br />Oude Watermolens</p>

Foto: Frans Declercq, Harelbeke, 18.05.2007

<p>De Banmolens<br />Oude Watermolens</p>

Tijdens de renovatiewerken. Foto: Lieven Denewet

<p>De Banmolens<br />Oude Watermolens</p>

Na de brand van 1884.

<p>De Banmolens<br />Oude Watermolens</p>

Foto voor 1870.

<p>De Banmolens<br />Oude Watermolens</p>

Tekening Seraphin Vermote, 1813

Literatuur

Archiefbronnen
Rijksarchief Gent, Fonds St.-Pieters, II, 1061 - J. de Coster, Landboek 1764-1778), waarin: De “Waeter Molens” op de Leie te Harelbeke, 18de eeuw
Rijksarchief Gent, Fonds St.-Pieters, II, 1061 - J. de Coster, Landboek 1764-1778)
Stadsarchief Menen. Stuk van 29 december 1797 (mededeling Luc Desloovere, Menen - zie bijlage)
Stadsarchief Ieper, Kasselrij Ieper, 6de reeks, nr. 83xx (pachter François Parquet, 18de eeuw - mededeling Johan Beun, Ieper)

Gedrukte bronnen
'Gendschen Mercurius', nr. 1016, 20.01.1828.
"Gazette van Gend", 9 augustus en 5 september 1798 of 22 thermidor en 19 fructidor jaar VI.

Werken
K. De Flou, Toponymie van Westelijk Vlaanderen..., Brugge, dl. XVII, p. 101-103.
M. Coornaert, Watermolens en hilteweren in West-Vlaanderen, Jaarboek van de Geschied- en heemkundige kring De Gaverstreke, 1980, p. 45-53 (47).
Jeroen Cornilly, "Monumentaal West-Vlaanderen. Beschermde monumenten en landschappen in de provincie West-Vlaanderen. Deel 1. Arrondissementen Ieper, Kortrijk, Roeselare, Tielt", Brugge, 2001, p. 52;
Marianne Vermeulen, "De grafelijke Banmolens op de Leie te Harelbeke", in: De Gaverstreke, XIII, 1985, p. 141-147;
Eddy Glorieux, "De watermolens op de Leie", in: Onze Molens, Water-, wind- en rosmolens in Harelbeke - Bavikhove - Hulste - Stasegem", Harelbeke, 1990, p. 6-16;
Hil. Van Overbeke, "De banmolens van Harelbeke", in: Toerisme, IV, 1925, p. 434-438, overgenomen in: De Gids, 1990, nr. 29, p. 1-7;
J. Vangaver, "De banmolens van Harelbeke door de eeuwen heen", Harelbeke, 1947;
Molenzorg vzw, "Samen in de ban voor de Banmolens van Harelbeke", Molenecho's, XXVI, 1998, 2, p. 59.
Lieven Denewet, "Bescherm de 900 jaar-oude Banmolens van Harelbeke!" (steunactie), in: Molenecho's, XXVI, 1998, nr. 2, p. 60;
Lieven Denewet, "Ontmantelingen als aanloop tot restauratie - 2" (Bikschote, Boechout, Denderwindeke, Geel, Harelbeke, Pittem, Zarren), in: Molenecho's, XXX, 2002, nr. 3, p. 83-89;
G. Declercq, "De banmolens van Harelbeke", in: De Leiegouw, XXII, 1980, p. 93-94.
Herman Holemans, "Westvlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. Deel III. Gemeenten H-J", Kinrooi, Studiekring Ons Molenheem, 1995.
Aagje Vanwalleghem & Silvie Creyf, "Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Harelbeke, Deel I: Stad Harelbeke, Deel II: Deelgemeenten Bavikhove en Hulste, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL42", 2009.DJW,
Pierre Mattelaer, De watermolens van het Leiegebied, De Leiegouw, jg. 2009.
Paul Huys, "De grafelijke domeinrekeningen, een eersterangsbron voor de molengeschiedenis (Enkele Westvlaamse molens anno 1444)", Biekorf, jg. 86, 1986.


Laatst bijgewerkt: zondag 12 maart 2017
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens